De straatweg zelf, voor zoo verre die, bij het voorgaand artikel tot grensscheiding verklaard is, of het, bij nadere beschikking worden zal, zal gemeen zijn voor beide Staten. Deszelfs onderhoud en herstelling zullen gemeenschappelijk bekostigd worden, en het heffen van tol, dat bij voortduring zal kunnen plaats hebben, zal echter alleen moeten geschieden, voor zoo verre het onderhoud van den weg en de aflossing der schuld, tot deszelfs aanleg gemaakt, het zullen vereischen.
Deze weg voor de beide Staten gemeen zijnde, zal van weerszijden vrij van de betaling van alle douane- of ander regt, behalve van den tol; het zal zelfs den beambten der in- en uitgaande regten van de beide Gouvernementen verboden zijn, er eenig onderzoek, eenige opsporing, of eindelijk eenige andere dienstverrigting hoegenaamd te doen.
Artikel 16
Artikel 16
Onderdeel van Grenstractaat tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Pruisen· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 7 augustus 1816