Naar hoofdinhoud

Artikel 24

Artikel 24

Onderdeel van Grenstractaat tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Pruisen· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 7 augustus 1816

Vervolgens zal de grenslijn de oostelijke grenzen van het Hollandsch grondgebied volgen, de Pruissische gemeenten Havert, Waldvucht, Kareken, Effelt en Aersbeek ter regter- en de Nederlandsche gemeenten Echt, Posterholt en Vlodorp ter linkerzijde latende; — zij zal, langs de scheiding van deze laatste gemeente, tot de groote heide, Meinweg genaamd, loopen; dan de gedeelten van den Meinweg, tot Vlodorp, Herkenbusch en Melich behoorende, volgen, latende deze beide gedeelten ter linkerzijde, en de gedeelten, behoorende aan de Pruissische gemeenten Bergelen, Ophoven, Effelt, Steenkerken en Karken, ter regterzijde, en zal aldus komen tot het gedeelte, hetwelk tot Roermond behoort; zij zal, op dezelfde wijze en in dezelfde rigting, dit laatste gedeelte volgen, hetzelve, alsmede dat, hetwelk aan Herten behoort, ter linkerzijde latende, en ter regter zijde het gedeelte behoorende tot Nedercruchten, tot dat zij ten laatste aan het eind van die heide komt, en de scheiding der Pruissische gemeente Elmpt, in het Kanton van Cruchten bereikt; zij zal steeds de scheiding van deze laatste gemeente volgen, links latende de gedeelte van den Meinweg, behoorende tot Herten en Masniel, alsmede de gemeenten van Herkenbosch, Masniel en Zwalmen, tot dat zij, tegelijk met de scheiding van Elmpt, komt aan de beek, de Swalm genaamd. Deze beek overgaande zal de grenslijn zich, regtlijnig dwars door eene andere heide, genaamd Elmpter-Busch, op het oostelijkste punt der gemeente van Besel, genaamd Grietjens-gezicht, rigten; vervolgens de Pruissische gemeente Bruggen, Bracht en Kaldenkirchen ter regter zijde latende, de oostelijke scheidingen der aan Nederland behoorende gemeenten Besel en Belfelt volgen, tot dat de scheiding van deze laatste, voorwaarts den molen, de Walbeckermolen genaamd, de Maas naderende, tusschen dezelve en dien stroom, niet meer dan de tusschenruimte van 800 Rhijnlandsche roeden begint te laten. Op dit punt zal de grens de scheiding van Belfelt verlaten en zich door de Pruissische gemeente Kaldenkirchen rigten, langs eene lijn evenwijdig aan de Maas, en op den afstand van 800 roeden van dien stroom getrokken, tot deze evenwijdige lijn, na Tegelen ter linkerzijde gelaten te hebben, het gebied van Venlo bereikt; wel te verstaan, dat indien deze evenwijdige lijn in haren loop een vooruitspringend punt, hetzij van Belfelt of van Tegelen zoude ontmoeten, de grenslijn, in dat geval de evenwijdige rigting verlaten, rondom gezegd punt loopen en die vervolgens hernemen zoude om, zoo als gezegd is, tot het gebied van Venlo te geraken.

Rechtspraak bij dit artikel