Daar, niettegenstaande de reeds ingewonnen berigten, en de reeds plaats gehad hebbende opmeting, het evenwel nog mogelijk is, dat eenige Pruissische aanhoorigheden, welke hierboven niet vermeld zijn, de Maas op minder dan 800 Rijnlandsche roeden afstand naderen, zoo is men overeengekomen, dat die afstand dier vooruitspringende gedeelten bepaaldelijk op al de punten, bij het zetten der palen, naauwkeurig opgenomen zou worden, en dat, overal waar het gebied der Nederlandsche gemeenten Pruissen niet op den afstand van 800 roeden van de Maas zoude houden, de evenwijdige lijn voorschreven daarin voorzien en de grensscheiding uitmaken zou.
Artikel 26
Artikel 26
Onderdeel van Grenstractaat tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Pruisen· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 7 augustus 1816