De eigenlijke breedte der rivier wordt gerekend op 150 roeden (Rijnlandsche maat), genomen ter middelbare hoogte van 8 voet en 6 duim aan de pijlschaal te Pannerden, overeenkomende met 6 voet en 4 duim aan de pijlschaal van Emmerik.
Geene rijs- of aanplantingen hoegenaamd, die den tegenovergestelden oever der rivier op een afstand van minder dan 150 roeden zouden naderen, zullen mogen geduld worden, in dier voege, dat zij niet alleen op die normale breedte zullen verboden zijn, maar zelfs dat de thans bestaande, welke de breedte van 100 roeden overschrijden, tot op den wortel zullen worden geveld of uitgerukt.
Indien het intusschen mogt worden noodig geoordeeld, eenige aanplanting, in strijd met die bepalingen, van de eene of andere zijde te doen, dan zullen de respective autoriteiten zich vooraf over de uitvoering daarvan moeten verstaan.
Artikel 13
Artikel 13
Onderdeel van Grenstractaat tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Pruisen· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 3 december 1816