Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Grenstractaat tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Pruisen· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 3 december 1816

De grenslijn zal aan het bovengenoemde punt beginnen, en de grensscheiding volgen tusschen het Oude Hollandsche Pruissische grondgebied, zoo als die zich bevond in 1795, in dier voege, dat de Plak, het Schildbroek, de Steenbergsche heide en het Nederrijksche bosch, aan het Koningrijk der Nederlanden zullen verblijven; en het Kleefsche Bosch, de Lindenbergsche Hof, de Roode Leeuw, de Halvemaan en het grondgebied van Wilder aan het Koningrijk Pruissen. Aan de Halvemaan zal zij den grooten weg van Kleef op Nijmegen dwars overgaan, en dien weg volgen tot aan het huis genaamd Koning van Pruissen, welk huis aan het Koningrijk Pruissen verblijven zal, zoodanig dat de gezegde weg geheel van de bovengemelde Halvemaan, tot het Koningrijk der Nederlanden behooren zal. Van het huis, genaamd Koning van Pruissen, zal de lijn den grooten heerbaan verlaten, zich rigtende op het huis, genaamd de Mussenberg, bij het dorp Beek, latende dit huis aan Pruissen en het dorp aan de Nederlanden. Van de Mussenberg rigt zich de oude grensscheiding oostwaarts tot aan Aartjes Hof, hetwelk met den Wilderschen weg aan Pruissen verblijft; van daar noordwaarts, volgende de oude waterleiding tot aan de waterloozing van Zijfflich en deze waterloozing tot aan de grenzen tusschen Zijfflich en Loeth, zoodanig dat de Tornsche molen, met de aldaar gelegene huizen en het terrein van Zijfflich, tusschen de uitwatering en het Ooijsche water, zullen behooren tot de Nederlanden, — en het Wildersche meer, met het gedeelte der waterloozing van Zijfflich, tusschen den Tornschen molen en de grenzen van Loeth, geheel aan Pruissen zullen behooren. De grenslijn zal vervolgens de gezegde scheiding tusschen Zijfflich en Loeth volgen, tot aan het zuidelijkste punt der heerlijkheid Millingen, en vervolgens de oude oostelijke grenzen dier heerlijkheid tot aan de Waal, zoodanig dat Zijfflich, Niehl en Bimmen aan het Koningrijk Pruissen blijven, en dat Loeth, Hulthuizen, Kekerdom en Millingen een gedeelte van het Koningrijk der Nederlanden zullen uitmaken.

Rechtspraak bij dit artikel