De grenslijn zal het midden der beek de Wildt volgen tot aan den Ouden Rijn, en zal van daar het Eltensche gebied langs gaan, aan den regter oever van den ouden Rijn, en de kom, genaamd de Kam, tot aan den zomerdam van den Steenwaard, zoodanig dat de Kam en het Houwbergsche veerhuis, met de huizen tot aan de grens van Elten, aan het Koningrijk der Nederlanden behooren zullen.
Gekomen aan den zomerdam, welke geheel aan Pruissen blijft, zal zij de buitenglooijing op een' afstand van 12 voeten Rijnlandsche maat langs gaan, tot aan de oude zuidelijke grenzen der heerlijkheid Grondstein, en zal deze grenzen volgen langs den regter oever van den Ouden Rijn, tot beneden de weide, behoorende tot het huis genaamd Waardmanshof, zoodanig dat het gedeelte van de Kijkuit, tusschen gezegde weide en den Ouden Rijn gelegen, aan het Koningrijk Pruissen behooren zal. Vervolgens zal de lijn de westelijke sloot van deze weide volgen, tot aan den weg de verlenging der zomerkade uitmakende, en zal zij dezen weg in eene noordelijke rigting tot aan de eerste sloot ter regterzijde langs gaan, en deze sloot, als ook de zuidelijke sloot van de Smitsweide, tot aan den afstand van 3 roeden Rijnlandsche maat van de oostelijke sloot dier weide, volgen.
Van dit punt, zal de grensscheiding zich evenwijdig met gezegde oostelijke sloot rigten tot aan de noordelijke grenzen van Grondstein, in dier voege, dat de Steenwaard met den zomerdam, de heerlijkheid Grondstein, en de oostelijke sloot van de Smetsweide, met de 3 roeden aan de overzijde, ten einde daarvan eenen weg te maken, welke op den weg van Zevenaar naar Elten uitloopt, tot het Koningrijk van Pruissen behooren zullen; en de Kribmeestersweide, de Meeuwenpollen en het gedeelte van den Noteboomschen polder, alwaar zich de overlaat van de Lijmers bevindt, geheel tot het Koningrijk der Nederlanden.
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Grenstractaat tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Pruisen· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 3 december 1816