Daar, zoo als reeds is gezegd, de deelingssloot van het compascuum tevens de territoriale grensscheiding zal uitmaken, zal de in de convenanten van 1764 en 1784 opgegeven grenssteen n°. 1 van zijne tegenwoordige plaats, naar dat punt aan de linkeroever van de zuiderstrang der Aa worden verplaatst, waar de in het vorig artikel onder 3°. en 4°. omschreven deelingslijn dezen oever doorsnijdt. De tot dusverre ten zuiden van Hekmans-boe gestaan hebbende grenssteen n°. 2, wordt aan den zuidwestelijken hoek van meergemelde, oostwaarts de gronden van Hekman gevonden wordende sloot op Nederlandsch grondgebied gesteld. Van af dit punt gaat de grensscheiding in noordelijke rigting langs het midden dezer sloot, zoo als dezelve thans bestaat; op den noordoostelijken hoek dier sloot zal, nadat daaraan de bij artikel 28 bepaalde breedte zal zijn gegeven, vervolgens een nieuwe grenssteen, tegenover de middellijn van den sloot, zoo als die thans ten noorden van Hekmans-boe aanwezig is, op Hanoversch grondgebied worden geplaatst. Van af dezen steen volgt de grens westwaarts de zoo even genoemde middellijn, tot daar, waar deze de oude territoriale linie weder aantreft en waar insgelijks een grenssteen zal worden gesteld.
Artikel 29
Artikel 29
Onderdeel van Grenstractaat tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Hannover· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 24 september 1824