Naar hoofdinhoud

Artikel 33

Artikel 33

Onderdeel van Grenstractaat tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Hannover· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 24 september 1824

Van den bij art. 31 vermelden steen aan den Zwartenberg, gaat de grens verder in regte lijn langs de westzijde der tuinen van de Linteloosche colonisten en op eenen kleinen afstand achter derzelver huizen, op den vooruitspringenden oostelijken hoek van Monnekenmoer, waar de vijfde grenssteen staat; van daar in regte rigting op den toren van Ter Apel aan, naar den zesden grenssteen bij het Barenfleer; dan tot aan den met n°. 7 gemerkten steen bij den Graaf Ernst of zoogenaamden Zwolschen dijk in de Hanentang; verder in regte rigting naar den steen n°. 8, op den Hassenberg, aan de scheiding tusschen Dersum en Walchum; vervolgens op den met n°. 9 gemerkten steen, welke omtrent drie honderd zesënzeventig Nederl. Ellen en zeven palmen of honderd Rijnl. roeden, ten zuiden van Abeltjes-kamp, tot Bourtange behoorende, verwijderd is; van hier in regte lijn, oostelijk voor Abeltjes huis heen, door de oostelijke punt van Abeltjes kamp, op den steen n°. 10, aan den weg van Bourtange naar Rhede; alsdan op den steen n°. 11, aan, het noordeinde van het retranchement, van waar westelijk de scheiding van het nieuw Rheder privaat eigendom afloopt; voorts in legte lijn op den steen n°. 12, welke aan de zuidzijde van het Lieske-meer staat; van hier in regte en bijna noordelijke rigting, op den gezonken steen n°. 13 aan den Lethervleugeldijk of Heerenveendijk, bj de voormalige Oostvriesch-Munstersche grenzen en alwaar die tusschen de Nederlandsche provincie Groningen, en de Hanoversche kreits Meppen een einde nemen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel