Van den steen no. 13 aan de Lethervleugeldijk of Heerenveendijk, waar voorheen de grenzen tusschen Oostvriesland en Munster aanvingen, wendt zich de grens noordwestelijk langs de gemeenschappelijke Moorsloot, hebbende ten noordoosten de moerassen en de huizen van de weduwe Meidel, H. Albers en Gerrit Priet, op Hanoversch grondgebied en ten zuidwesten de Letherlanden op Nederlandsch gebied, welke Moorsloot, tegen over de landen van Bellinga en Tiebes, de van Lethe komende Moorsloot opneemt en dan verder, als gemeenschappelijke grenssloot in noordelijke rigting, tusschen de Nederlandsche gronden de Ham, de Hamdijk en Boneschans en de Hanoversche privaatgronden van het Wijmeerster Zijlacht, tot aan de om de buitenwerken van de Nieuwe of Langakkerschans gaande grenssloot, ten oosten dier vesting, de grens nitmaakt. Van daar gaat de grenslijn langs deze grenssloot, welke op Hanoversch gebied eene keerkade of kaaijing heeft. Alsdan wendt zich de grens aan de oostzijde van de nieuwe schans, zuidoostwaarts langs den noordelijken oever van het door Bunder-Nieuwland voerende kanaal of Griffe naar den ouden dijk, ook Heerenweg of Bunderdijk genaamd, en zuidelijk langs dezen dijk tot aan den Heerenpaal, boven het huis van Thomas Goman; van daar gaat de grens verder tusschen de Linteloo-polder, of de plaats van Waalkens en de Charlotten-polder, in noordwestelijke rigting, langs het midden der gemeenschappelijke Heerensloot, tot in de Aa.
Van het punt af aan, waar de zoogenaamde Heerensloot tusschen de Nieuwe Schans en Hemsenszaagmolen in den regter-oever des Aa-strooms insnijdt, gaat de grenslijn langs den dalweg van deze rivier tot nabij de Statenzijl, waar dezelve oostwaarts uitspringt en langs de sloot loopt, welke om het, ingevolge artikel 4 van het in dato 3 November 1706 tusschen Groningen en Oost-Vriesland gesloten convenant, aan de Nederlanden afgestaan stuk gronds, is gegraven. Dit ten oosten van de Statenzijl gelegen stuk gronds is te dier tijd, ter breedte van veertig Rijnl. roeden, en ter lengte van zestig Rijnl. roeden, dwars over den dijk gemeten en de sloot daaronder gerekend, afgegraven geworden. De buiten naar den Dollard heen, en aan de oostzijde van de Aa liggende aanwas, blijft dienonverminderd, ingevolge voorschreven convenant, Hanoversch eigendom en grondgebied.
Van daar, waar de om gemeld stuk gronds loopende sloot, beneden de Staten-Zijl, weder op de Aa stoot, maakt de Dalweg van dezen gemeenschappelijken stroom tot aan het terminus a quo in den Dollart, verder de landgrens uit.
Artikel 36
Artikel 36
Onderdeel van Grenstractaat tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Hannover· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 24 september 1824