**1.** Onder voorbehoud van de beschikbaarheid van financiering en van de bepalingen van dit artikel, draagt elke partij haar eigen kosten voor het nakomen van haar verplichtingen uit hoofde van dit Verdrag en de bijbehorende projecten.
**2.** Behoudens voor zover bepaald in het eerste lid van dit artikel, schept dit Verdrag geen vaste financiële verplichtingen.
**3.** De partijen, of, indien relevant de deelnemers, kunnen overeenkomen de kosten van samenwerkingsactiviteiten te delen. Over gedetailleerde omschrijvingen van de financiële bepalingen voor samenwerkingsactiviteiten, met inbegrip van de totale kosten van de activiteiten en het aandeel van elke partij of deelnemer in de kosten, wordt in overeenstemming met het vierde lid van dit artikel overeenstemming bereikt.
**4.** In het projectakkoord wordt vooraf het billijke deel van de totale kosten omschreven, waar relevant met inbegrip van de overheadkosten en administratieve kosten, een kostenplafond en de regeling van de mogelijke aansprakelijkheid die door elke partij of deelnemer aan het project wordt gedragen. Bij de vaststelling van het billijke deel van de totale kosten, kunnen de partijen of deelnemers rekening houden met:
financiering verschaft voor werkzaamheden uit hoofde van dit Verdrag („financiële bijdragen”);
de voor de uitvoering van werkzaamheden ingevolge dit Verdrag verstrekte materiële en personele middelen, en de gebruikmaking van apparatuur, materialen en faciliteiten („niet-financiële bijdragen”) voor de rechtstreekse ondersteuning van de inspanningen in het kader van het project. Eerder verricht werk kan een niet-financiële bijdrage vormen; en
de eigendom van de bij het project gebruikte project achtergrondinformatie.
**5.** De volgende kosten worden volledig gedragen door de partij of deelnemer die de kosten maakt en zijn niet opgenomen in de kostenraming, het kostenplafond of de algemene kosten:
de kosten die verband houden met unieke nationale vereisten; en/of
kosten die niet uitdrukkelijk worden genoemd als gedeelde kosten of kosten die buiten de reikwijdte van dit Verdrag vallen.
**6.** De ene partij of deelnemer stelt de andere partij of deelnemer onverwijld in kennis wanneer de beschikbare financiering ontoereikend is voor activiteiten die als gevolg van dit Verdrag ontstaan. Indien de ene partij of deelnemer de andere partij of deelnemer ervan in kennis stelt dat zij de financiering van een project beëindigt of beperkt, plegen beide partijen of de deelnemers onmiddellijk overleg ten behoeve van de voortzetting van het project met gewijzigde of beperktere financiering. Indien dit overleg leidt tot een besluit dat niet voor beide partijen of deelnemers aanvaardbaar is, blijven de onderscheiden rechten en verplichtingen van de partijen en deelnemers uit hoofde van de artikelen 11 (Informatiebeveiliging), 12 (Beheer van intellectuele eigendom en gebruik van informatie), 13 (Publicatie van onderzoeksresultaten), 16 (Verkopen en overdrachten aan derden) en Bijlage I onverlet, ongeacht de beëindiging of het aflopen van het project.
**7.** Elke partij is verantwoordelijk voor elke audit van de door haar ter ondersteuning van de samenwerkingsactiviteiten uitgevoerde activiteiten, met inbegrip van de activiteiten van haar deelnemers. Elke audit van een partij moet in overeenstemming zijn met haar eigen nationale praktijken. Indien gelden van de ene partij worden overgedragen aan de andere partij, is de ontvangende partij verantwoordelijk voor de interne audit met betrekking tot het beheer van de gelden van de zendende partij, in overeenstemming met de nationale praktijken. De ontvangende partij stelt aan de andere partij onverwijld auditrapporten met betrekking tot deze gelden ter beschikking.
Artikel 10
Financiën
Onderdeel van Verdrag tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de regering van de Verenigde Staten van Amerika inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking betreffende nationale en civiele veiligheid· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 1 april 2016