Naar hoofdinhoud
1. Ten aanzien van samenwerkingsactiviteiten in het kader van dit Verdrag bevordert elke partij, in overeenstemming met haar toepasselijke wet- en regelgeving, met inbegrip van die inzake exportcontrole, waar passend: dat de benodigde apparatuur en materialen, in het bijzonder instrumenten, testapparatuur en project achter- en voorgrondinformatie haar grondgebied efficiënt kunnen binnenkomen en verlaten; dat personen die namens de partijen of deelnemers bij de uitvoering van dit Verdrag betrokken zijn haar grondgebied efficiënt kunnen binnenkomen en verlaten en hun binnenlandse reizen en werkzaamheden efficiënt kunnen uitvoeren; dat er efficiënt toegang kan worden verkregen tot relevante geografische gebieden, informatie, apparatuur en materialen en instanties door personen die namens de partijen of deelnemers bij de uitvoering van dit Verdrag betrokken zijn; en de wederzijdse logistieke ondersteuning. 2. Voor zover de van toepassing zijnde wet- en regelgeving zulks toestaat, stelt elke partij alles in het werk om ervoor te zorgen dat directe rechten, belastingen en soortgelijke heffingen, alsmede kwantitatieve of andere invoer- en uitvoerbeperkingen, niet worden opgelegd ten aanzien van de projecten die in het kader van dit Verdrag worden uitgevoerd.

Rechtspraak bij dit artikel