Naar hoofdinhoud
1. De partijen streven ernaar de in artikel 2 (Doelstelling) vervatte doelstellingen te realiseren door middel van een aanpak die onder andere wordt gekenmerkt door, maar niet wordt beperkt tot: het vergemakkelijken van de uitwisseling van technologieën, personeel en zowel openbare als gecontroleerde informatie; bevorderen van gecoördineerde en gezamenlijke onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten; samenwerking bij de ontwikkeling van technologieën en prototypen van systemen die bijdragen aan de bestrijding van actuele en verwachte terroristische acties op hun respectieve grondgebieden en andere nationale en civiele dreigingen zoals natuurrampen en grootschalige ongevallen; bevorderen van de integratie van de technieken voor de nationale en civiele veiligheid van elke partij teneinde ontwikkelingskosten te besparen; uitvoering van evaluaties en tests op prototypen van technologieën voor de nationale en civiele veiligheid; ontwikkeling van een aanpak om gedeelde prioriteiten en lacunes in de capaciteiten in kaart te brengen, alsmede onderzoeksgebieden voor samenwerkingsactiviteiten; bevorderen van maatregelen op het gebied van doelmatigheid door de ontwikkeling van passende normen en testprotocollen en -methodologieën; bevorderen van de betrokkenheid van de relevante organisaties uit de publieke en private sector die zich bezighouden met onderzoek en ontwikkeling; vergemakkelijken van kansen voor het ontplooien van samenwerkingsactiviteiten, met gedeelde verantwoordelijkheden en bijdragen, die in verhouding staan tot de respectieve middelen van de partijen of deelnemers; vergemakkelijken van bezoeken van onderzoekers en deskundigen teneinde informatie, apparatuur en materialen uit te wisselen; vergemakkelijken van de uitwisseling van informatie, apparatuur en materialen verband houdend met samenwerkingsactiviteiten, verenigbaar met toepasselijke wet- en regelgeving, beleidslijnen en richtsnoeren; en/of gebruikmaking en toepassing van de uit de samenwerkingsactiviteiten voortkomende project voorgrondinformatie ten behoeve van beide partijen en de deelnemers. De eigendoms- en exploitatierechten van project voorgrondinformatie worden geregeld in de artikelen van dit Verdrag en worden vastgelegd in het technologie-managementplan van het desbetreffende projectakkoord, met inachtneming van, onder andere, de respectieve bijdragen van de partijen of deelnemers aan het project. 2. De partijen kunnen beschikbare mechanismen selecteren of bevorderen die geschikt zijn om de samenwerkingsactiviteiten te bewerkstelligen. Deze mechanismen omvatten, maar zijn niet beperkt tot, subsidies, projectakkoorden of andere contracten met publieke of private entiteiten, zoals federale, regionale of lokale overheidsorganisaties, het bedrijfsleven (met inbegrip van kleine ondernemingen en kleine ondernemingen met een maatschappelijke of economische achterstandspositie), door de overheid gefinancierde onderzoeks- en ontwikkelingscentra en -organisaties, en universiteiten. 3. Niets van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel belet de partijen andere vormen van samenwerking of overeengekomen middelen ter verwezenlijking van de doelstellingen daarvan, te bevorderen, noch wordt een samenwerkingsactiviteit uit hoofde van dit Verdrag zodanig uitgelegd dat deze andere regelingen tussen de desbetreffende actoren van de partijen doorkruist.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel