**1.** Ten aanzien van de bepalingen van dit Verdrag kunnen geen voorbehouden worden gemaakt, met uitzondering van de voorbehouden voorzien in het tweede en derde lid.
**2.** Elke staat of de Europese Unie kan, op het tijdstip van ondertekening of bij de nederlegging van zijn of haar akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, door middel van een verklaring gericht aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa, verklaren dat hij of zij zich het recht voorbehoudt de volgende bepalingen niet toe te passen of slechts in specifieke gevallen of omstandigheden toe te passen:
artikel 30, tweede lid;
artikel 44, eerste lid, onderdeel e, derde en vierde lid;
artikel 55, eerste lid, wat betreft artikel 35 ter zake van lichte strafbare feiten;
artikel 58 wat betreft de artikelen 37, 38 en 39;
artikel 59.
**3.** Elke staat of de Europese Unie kan, op het tijdstip van ondertekening of bij de nederlegging van zijn of haar akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, door middel van een verklaring gericht aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa, verklaren dat hij of zij zich het recht voorbehoudt voor de gedragingen bedoeld in de artikelen 33 en 34 te voorzien in niet-strafrechtelijke sancties in plaats van strafrechtelijke sancties.
**4.** Elke partij kan een voorbehoud geheel of gedeeltelijk intrekken door middel van een verklaring gericht aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa. Een dergelijke verklaring wordt van kracht met ingang van de datum van ontvangst door de Secretaris-Generaal.
HOOFDSTUK XII
Artikel 78
Voorbehouden
Onderdeel van Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 maart 2016