Indien de persoon, wiens uitlevering door eene van beide contracteerende Partijen is aangevraagd, door een of meer andere Staten, krachtens bestaande verdragen wordt opgeëischt op grond van strafbare feiten, binnen het rechtsgebied dier Staten gepleegd, zal zijne uitlevering bij voorkeur worden toegestaan aan den Staat die het eerst de aanvraag gedaan heeft.
Artikel VII
Artikel VII
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Liberia tot regeling der wederzijdse uitlevering van misdadigers· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 30 oktober 1896