Het Groothertogdom Luxemburg, binnen de grenzen vastgesteld bij de akte, die gehecht is aan de verdragen van 19 April 1839, onder de garantie der hoven van Oostenrijk, Frankrijk, Groot-Brittannie, Pruissen en Rusland, zal voortaan en ten eeuwigen dage een’ onzijdigen Staat vormen.
Het zal gehouden zijn diezelfde onzijdigheid in acht te nemen jegens al de andere Staten.
De Hooge contracterende Partijen verbinden zich om het in het tegenwoordige artikel vastgestelde beginsel van onzijdigheid te eerbiedigen.
Dit beginsel is en blijft geplaatst onder de sanctie van den collectieven waarborg der Mogendheden, welke het tegenwoordige tractaat onderteekend hebben, met uitzondering van Belgie, dat zelf een onzijdige Staat is.
Artikel II
Artikel II
Onderdeel van Verdrag tot herziening van het Tractaat van 19 april 1839, voor zoveel het Luxemburg betreft· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 31 mei 1867