De uitlevering zal geen plaats hebben, indien de persoon door de Britsche Regeering opgeëischt, of de persoon door de Nederlandsche Regeering opgeëischt, ter zake van het misdrijf, waarvoor zijne uitlevering aangevraagd wordt, reeds heeft terecht gestaan, en vrijgesproken, van rechtsvervolging ontslagen of gestraft is, of eene strafvervolging tegen hem aanhangig is op het grondgebied van de andere Hooge Contracteerende Partij.
Indien de persoon door de Britsche Regeering opgeëischt, of indien de persoon door de Nederlandsche Regeering opgeëischt, wegens een ander misdrijf, op het grondgebied van de andere Hooge Contracteerende Partij gepleegd, wordt vervolgd, of is veroordeeld, zal zijne uitlevering worden uitgesteld totdat hij is ontslagen, hetzij ten gevolge van vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging, hetzij hij zijne straf heeft ondergaan, hetzij op andere wijze.
Artikel IV
Artikel IV
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland tot uitlevering van misdadigers· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 14 maart 1899