Naar hoofdinhoud
De persoon, wiens uitlevering heeft plaats gehad, mag in geen geval in hechtenis gehouden of vervolgd worden in den Staat aan welken de uitlevering heeft plaats gehad, ter zake van eenig ander misdrijf, of wegens eenig ander feit, dan dat waarvoor de uitlevering geschied is, alvorens hij is teruggekeerd of gedurende eene maand de gelegenheid heeft gehad terug te keeren naar den Staat door welken hij uitgeleverd is. Deze bepaling is niet toepasselijk op misdrijven na de uitlevering gepleegd.

Rechtspraak bij dit artikel