Naar hoofdinhoud
Wanneer de uitlevering van een persoon, krachtens het tegenwoordig verdrag door een der Hooge Contracteerende Partijen opgeëischt, eveneens door een of meer andere Staten wordt aangevraagd, op grond van andere misdrijven op hun respectievelijk grondgebied gepleegd, zal zijne uitlevering worden toegestaan aan dien Staat, welke het eerst de aanvrage daartoe heeft gedaan.

Rechtspraak bij dit artikel