Wanneer de uitlevering van een persoon, krachtens het tegenwoordig verdrag door een der Hooge Contracteerende Partijen opgeëischt, eveneens door een of meer andere Staten wordt aangevraagd, op grond van andere misdrijven op hun respectievelijk grondgebied gepleegd, zal zijne uitlevering worden toegestaan aan dien Staat, welke het eerst de aanvrage daartoe heeft gedaan.
Artikel XIV
Artikel XIV
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland tot uitlevering van misdadigers· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 14 maart 1899