De vreemdeling, die in overeenstemming met de bepalingen van het voorgaande artikel voorloopig is aangehouden, zal, tenzij hij uit anderen hoofde behoort in verzekerde bewaring te blijven, in vrijheid worden gesteld, indien niet binnen een termijn van 90 (negentig) dagen na zijne voorloopige aanhouding, de aanvrage tot uitlevering in Art. IX vermeld, heeft plaats gehad.
Artikel XII
Artikel XII
Onderdeel van Uitleveringsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Mexico· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 2 juli 1909