Naar hoofdinhoud
1. Indien de verzoekende Partij geen van de in de Bijlagen 1, 2 en 5 bij de Overeenkomst vermelde documenten kan overleggen, kan, overeenkomstig artikel 8, lid 3, en artikel 9, lid 6, van de Overeenkomst een ondervraging worden verricht teneinde de nationaliteit van de over te nemen persoon vast te stellen. 2. Een verzoek tot ondervraging kan door de verzoekende Partij in het overnameverzoek, onder F, gevoegd als Bijlage 6 bij de Overeenkomst, worden aangegeven. De ondervraging wordt onverwijld en uiterlijk binnen drie werkdagen na de ontvangst van het overnameverzoek verricht door de bevoegde diplomatieke missie of consulaire vertegenwoordiging van de aangezochte Partij. 3. De aangezochte Partij bericht onverwijld en uiterlijk binnen drie werkdagen volgend op de ondervraging over de resultaten van de ondervraging.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel