Naar hoofdinhoud
(a). Behoudens het in de volgende alinea's van dit artikel bepaalde, zijn geen heffingen of kosten van welken aard ook door de eene Hooge Verdragsluitende Partij aan de andere met betrekking tot de bewijslevering verschuldigd. (b). Wanneer de bewijslevering plaats vindt op de wijze als omschreven in artikel 7, zullen door de Hooge Verdragsluitende Partij, van wier rechterlijke autoriteit de rogatoire commissie uitgaat, aan de andere Hooge Verdragsluitende Partij worden vergoed alle kosten, die de bevoegde autoriteit van laatstgenoemde heeft moeten maken bij de uitvoering van de rogatoire commissie in den vorm van vergoedingen en terugbetaling van kosten, verschuldigd aan getuigen, deskundigen, tolken en andere vertalers, de kosten vereischt teneinde de aanwezigheid te verkrijgen van getuigen, die niet uit eigen beweging zijn verschenen en de vergoedingen en kosten verschuldigd aan personen, die bedoelde autoriteit mocht hebben gemachtigd om namens haar te handelen, indien het recht van haar land zulks veroorlooft, alsmede de vergoedingen en kosten veroorzaakt ingeval, op verzoek, eene bijzondere procedure is toegepast. Deze vergoedingen en kosten worden berekend met inachtneming van de tarieven, geldende voor de onderdanen van het land, alwaar de bewijslevering plaats vindt. (c). De terugbetaling van deze kosten wordt door de bevoegde autoriteit, die de rogatoire commissie heeft uitgevoerd, gevorderd van den Consulairen Ambtenaar, door wien zij is overgemaakt tegelijk met de toezending van de stukken, waaruit van bedoelde uitvoering blijkt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel