De vreemdeling, die krachtens de bepalingen van het voorgaand artikel voorloopig is aangehouden, zal, ten ware hij uit anderen hoofde behoorde in hechtenis te blijven, in België in vrijheid worden gesteld, indien hij niet binnen vijftien dagen na zijne voorloopige aanhouding mededeeling ontvangt van een der bescheiden in artikel 7 vermeld, in Nederland, indien binnen denzelfden termijn, te rekenen van de dagteekening van het bevel van voorloopige aanhouding, de aanvrage tot uitlevering niet langs diplomatieken weg geschied is, onder overlegging der bescheiden bij het tegenwoordig verdrag voorgeschreven.
Artikel 10
Artikel 10
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België tot regeling der wederkerige uitlevering van misdadigers· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 9 augustus 1889