Wanneer in eene strafzaak, een gemeen misdrijf betreffende, de mededeeling van overtuigingsstukken of van bescheiden, welke zich in handen bevinden der autoriteiten van het andere land, nuttig of noodig zal worden geoordeeld, zal de daartoe strekkende aanvraag langs diplomatieken weg geschieden en zal daaraan gevolg gegeven worden tenzij er bijzondere redenen mochten bestaan, die er zich tegen verzetten, en onder gehoudenheid tot terugzending van de stukken.
Artikel 13
Artikel 13
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België tot regeling der wederkerige uitlevering van misdadigers· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 9 augustus 1889