Wanneer in eene strafzaak een gemeen misdrijf betreffende, de confrontatie van misdadigers aangehouden in den anderen Staat, of wel de mededeeling van overtuigingsstukken of van bescheiden, welke zich in handen bevinden der overheden van het andere land, nuttig of noodig zal worden geoordeeld, zal de daartoe strekkende aanvraag langs diplomatieken weg geschieden en zal daaraan gevolg gegeven worden, tenzij er bijzondere redenen mochten bestaan die er zich tegen verzetten, en onder gehoudenheid tot terugzending van de misdadigers en van de stukken.
Artikel 13
Artikel 13
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Prinsdom Monaco tot wederzijdse uitlevering van misdadigers· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 8 oktober 1894