De verdragsluitende landen verbinden zich om aan de onderdanen van de andere landen van de Unie wettelijk verhaal te verzekeren, geschikt om alle handelingen, bedoeld in de artikelen 9, 10 en 10bis, met kracht tegen te gaan.
Zij verbinden zich bovendien, maatregelen te treffen om aan syndicaten en vereenigingen, welke de belanghebbende nijverheid of handel vertegenwoordigen, en welker bestaan niet strijdig is met de wetten van hun land, toe te staan in rechten of bij de administratieve autoriteiten op te treden ter bestrijding van de handelingen, bedoeld in de artikelen 9, 10 en 10bis, voorzoover de wet van het land, waarin de bescherming wordt gevraagd, zulks toestaat aan de syndicaten en vereenigingen van dat land.
Artikel 10ter
Artikel 10ter
Onderdeel van Unieverdrag van Parijs van 20 maart 1883 tot bescherming van de industriële eigendom, herzien te Brussel op 14 december 1900, te Washington op 2 juni 1911 en te 's-Gravenhage op 6 november 1925· Intellectuele eigendom
Deze tekst geldt sinds 1 juni 1928