De verdragsluitende landen komen overeen om te weigeren of nietig te verklaren de inschrijving, en door daartoe passende maatregelen te verbieden het gebruik, zonder goedkeuring der bevoegde machten, hetzij als fabrieks- of handelsmerken, hetzij als bestanddeelen van die merken, van wapens, vlaggen en andere Staatsemblemen van de verdragsluitende landen, van officieele door die landen aangenomen contrôle- en waarborgteekens en -stempels, zoomede iedere nabootsing bezien uit heraldisch oogpunt.
Het verbod van officieele contrôle- en waarborgteekens en -stempels is alleen toepasselijk in de gevallen waarin de merken, die deze bevatten, bestemd zijn om gebruikt te worden op gelijke of gelijksoortige waren.
De verdragsluitende landen verbinden zich te verbieden het passing van deze bepalingen elkander wederkeerig mede te deelen, door tusschenkomst van het Internationaal Bureau te Bern, de lijst van Staatsemblemen en officieele contrôle- en waarborgteekens en -stempels, welke zij zonder beperking of binnen zekere grenzen, onder de bescherming van dit artikel wenschen of zullen wenschen te brengen, evenals alle latere wijzigingen, in deze lijst aangebracht. Elk verdragsluitend land zal te zijner tijd de medegedeelde lijsten ter beschikking van het publiek stellen.
Elk verdragsluitend land zal binnen een termijn van 12 maanden van de ontvangst der kennisgeving af, door bemiddeling van het Internationaal Bureau te Bern, aan het belanghebbende land zijne eventueele bezwaren kunnen doen toekomen.
Ten aanzien van de algemeen bekende Staatsemblemen zullen de maatregelen, bedoeld in alinea 1, alleen worden toegepast op de merken, ingeschreven na de onderteekening van deze akte.
Ten aanzien van de Staatsemblemen, die niet algemeen bekend mochten zijn en ten aanzien van de officieele teekens en stempels, zullen deze bepalingen slechts toepasselijk zijn op de merken, ingeschreven meer dan twee maanden na ontvangst van de kennisgeving, bedoeld in alinea 3.
In geval van kwade trouw zullen de landen de bevoegdheid hebben om zelfs de merken, welke vóór de onderteekening van deze akte zijn ingeschreven en Staatsemblemen, teekens en stempels bevatten, te doen doorhalen.
De nationalen van elk land, die gerechtigd mochten zijn om gebruik te maken van de Staatsemblemen, teekens en stempels van hun land, zullen deze mogen benutten, zelfs indien zij gelijk zijn aan die van een ander land.
De verdragsluitende landen verbinden zich tot het depôt toe gebruik in den handel, zonder verkregen toestemming, van de Staatswapens der andere verdragsluitende landen, wanneer door dit gebruik omtrent den oorsprong der waren verwarring kan ontstaan.
De voorafgaande bepalingen verhinderen niet het gebruik maken, door de landen, van de bevoegdheid om door toepassing van art. 6, alinea 2 onder 3, de merken, welke zonder verkregen toestemming wapens, vlaggen, ridderorden en andere Staatsemblemen of officieele teekens en stempels, aangenomen door een land der Unie, bevatten, te weigeren of nietig te verklaren.
Artikel 6ter
Artikel 6ter
Onderdeel van Unieverdrag van Parijs van 20 maart 1883 tot bescherming van de industriële eigendom, herzien te Brussel op 14 december 1900, te Washington op 2 juni 1911 en te 's-Gravenhage op 6 november 1925· Intellectuele eigendom
Deze tekst geldt sinds 1 juni 1928