In de landen, waar hunne wetgeving er hen toe machtigt, zullen de administratiën aan welke het Internationaal Bureau de inschrijving van een merk zal mededeelen, de bevoegdheid hebben te verklaren, dat de bescherming niet op hun grondgebied aan dat merk kan worden verleend. Dergelijke weigering van bescherming kan alleen gedaan worden op grond van omstandigheden die, krachtens de overeenkomst van 20 Maart 1883, ook van kracht zouden zijn ten aanzien van een merk, ingezonden ter nationale inschrijving.
Zij zullen van die bevoegdheid behooren gebruik te maken binnen den termijn door de wet van hun land bepaald, en uiterlijk binnen het jaar na de kennisgeving bedoeld in artikel 3, onder opgave aan het Internationaal Bureau van de redenen waarop de weigering van bescherming wordt gegrond. Gezegde verklaring aldus aan het Internationaal Bureau medegedeeld zijnde, zal door hetzelve zonder verwijl overgebracht worden aan de administratie van het land van oorsprong en aan den eigenaar van het merk. De belanghebbende zal dezelfde middelen van verhaal hebben alsof het merk rechtstreeks door hem gedeponeerd ware in het land, waar de bescherming wordt geweigerd.
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Schikking betreffende de internationale inschrijving van fabrieks- of handelsmerken· Intellectuele eigendom
Deze tekst geldt sinds 14 september 1902