Naar hoofdinhoud
1. De akte zal worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging zullen worden nedergelegd te Londen, uiterlijk de eerste Juni 1938. Zij zal in werking treden tussen de landen, namens welke zij zal zijn bekrachtigd, een maand na die datum. Mocht zij evenwel reeds vroeger namens ten minste zes landen bekrachtigd zijn, dan zal zij in werking treden tussen die landen, een maand nadat hun van de nederlegging van de zesde akte van bekrachtiging door de Regering van de Zwitserse Bond kennis is gegeven, en ten aanzien van de landen, namens welke zij vervolgens zal zijn bekrachtigd, een maand na de kennisgeving van elk deze bekrachtigingen. 2. De landen, namens welke de akte van bekrachtiging niet in het in de vorige alinea bedoelde tijdvak zal zijn nedergelegd, zullen mogen toetreden volgens de bepalingen van artikel 16. 3. Deze akte zal in de betrekkingen tussen de landen, waar zij van toepassing is, het Unieverdrag van Parijs van 1883 en de daarop volgende akten van herziening vervangen. 4. Ten aanzien van de landen, waarvoor deze akte niet geldt, maar waarvoor het Unieverdrag van Parijs, zoals het in 1925 te 's-Gravenhage is herzien, geldt, zal dit laatste van kracht blijven. 5. Evenzo zal ten aanzien van de landen, waar noch deze akte, noch het Unieverdrag van Parijs in de herziening van 's-Gravenhage van toepassing is, het Unieverdrag van Parijs, zoals het in 1911 te Washington is herzien, van kracht blijven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel