**A.** De invoer, door de octrooihouder, in het land, waar het octrooi werd verleend, van voorwerpen, vervaardigd in een of ander land der Unie, zal het octrooi niet doen vervallen.
Echter zal elk van de landen der Unie de bevoegdheid hebben de wettelijke maatregelen te treffen, nodig om de misbruiken te voorkomen, die zouden kunnen voortvloeien uit de uitoefening van het uitsluitend recht, door het octrooi toegekend, b.v. het achterwege laten van toepassing.
Deze maatregelen kunnen slechts dan verval van het octrooi inhouden, indien de verlening van gedwongen licenties niet voldoende is om die misbruiken te voorkomen.
In elk geval zal de verlening van een gedwongen licentie niet kunnen worden gevraagd, voordat drie jaren verstreken zijn, te rekenen van de dag af, waarop het octrooi verleend is, en deze licentie kan slechts worden verleend, indien de octrooihouder zich niet rechtvaardigt door geldige redenen. Een vordering tot verval of intrekking van een octrooi zal niet kunnen worden ingesteld, voordat twee jaren verstreken zijn, te rekenen van de dag af, waarop de eerste gedwongen licentie is verleend.
De voorafgaande bepalingen zullen, onder voorbehoud van de noodzakelijke wijzigingen, op de gebruiksmodellen toepasselijk zijn.
**B.** De bescherming der tekeningen en modellen van nijverheid kan niet worden getroffen door enig verval, hetzij op grond van niet-toepassing, hetzij op grond van invoer van voorwerpen gelijk aan die, welke beschermd zijn.
**C.** Indien in een land het gebruik van het ingeschreven merk verplicht is, zal de inschrijving slechts kunnen worden vernietigd na verloop van een billijke termijn, en indien de belanghebbende zijn stilzitten niet rechtvaardigt.
Het gebruik van een fabrieks- of handelsmerk door de eigenaar in een vorm, welke door bestanddelen, die het onderscheidend kenmerk niet wijzigen, verschilt van het merk in de vorm, waaronder dit laatste in een van de landen der Unie is ingeschreven, zal de ongeldigverklaring van de inschrijving niet ten gevolge hebben, noch de aan het merk verleende bescherming verminderen.
Het gelijktijdig gebruik van hetzelfde merk voor gelijke of soortgelijke waren door inrichtingen van nijverheid of handel, die, volgens de bepalingen der nationale wet van het land, waar de bescherming wordt gevraagd, als mede-eigenaren van het merk worden beschouwd, zal de inschrijving niet verhinderen, noch op enige wijze de aan dit merk in welk land der Unie ook verleende bescherming verminderen, mits dit gebruik niet tot gevolg heeft, dat bij het publiek verwarring wordt verwekt, en mits het niet strijdig is met het algemeen belang.
**D.** Generlei teken of vermelding van het octrooi, van het gebruiksmodel, van de inschrijving van het fabrieks- of handelsmerk of van het depôt van de tekening of het model van nijverheid zal, voor de erkening van het recht, op de waar worden geëist.
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Unieverdrag van Parijs van 20 maart 1883 tot bescherming van de industriële eigendom, herzien te Brussel op 14 december 1900, te Washington op 2 juni 1911, te 's-Gravenhage op 6 november 1925 en te Londen op 2 juni 1934· Intellectuele eigendom
Deze tekst geldt sinds 5 augustus 1948