**1.** De landen der Unie komen overeen om te weigeren of nietig te verklaren de inschrijving, en door daartoe passende maatregelen te verbieden het gebruik, zonder goedkeuring der bevoegde machten, hetzij als fabrieks- of handelsmerken, hetzij als bestanddelen van die merken, van wapens, vlaggen en andere staatsemblemen van de landen der Unie, van officiële door die landen aangenomen contrôle- en waarborgtekens en -stempels, zomede iedere nabootsing, bezien uit heraldisch oogpunt.
**2.** Het verbod van officiële contrôle- en waarborgtekens en -stempels zal alleen toepasselijk zijn in de gevallen, waarin de merken, die deze bevatten, bestemd zijn om gebruikt te worden op gelijke of gelijksoortige waren.
**3.** De landen der Unie komen overeen, voor de toepassing van deze bepalingen, elkander wederkerig mede te delen, door tussenkomst van het Internationaal Bureau te Bern, de lijst van staatsemblemen en officiële contrôle- en waarborgtekens en -stempels, welke zij, zonder beperking of binnen zekere grenzen, onder de bescherming van dit artikel wensen of zullen wensen te brengen, evenals alle latere in deze lijst aangebrachte wijzigingen. Elk land der Unie zal te gelegener tijd de medegedeelde lijsten ter beschikking van het publiek stellen.
**4.** Elk land der Unie zal binnen een termijn van twaalf maanden van de ontvangst der kennisgeving af, door bemiddeling van het Internationaal Bureau te Bern, aan het belanghebbende land zijn eventuele bezwaren kunnen doen overbrengen.
**5.** Ten aanzien van de algemeen bekende staatsemblemen zullen de maatregelen, bedoeld in alinea 1, alleen worden toegepast op de merken, ingeschreven na de zesde November 1925.
**6.** Ten aanzien van de staatsemblemen, die niet algemeen bekend mochten zijn, en ten aanzien van de officiële tekens en stempels, zullen deze bepalingen slechts toepasselijk zijn op de merken, ingeschreven meer dan twee maanden na ontvangst van de kennisgeving, bedoeld in alinea 3.
**7.** In geval van kwade trouw zullen de landen de bevoegdheid hebben om zelfs de merken, welke vóór de zesde November 1925 zijn ingeschreven en staatsemblemen, tekens en stempels bevatten, te doen doorhalen.
**8.** De onderdanen van elk land, die gerechtigd mochten zijn om gebruik te maken van de staatsemblemen, tekens en stempels van hun land, zullen deze mogen bezigen, zelfs indien er gelijkenis ware met die van een ander land.
**9.** De landen der Unie verbinden zich het gebruik in de handel, zonder verkregen toestemming, van de staatswapens der andere landen der Unie te verbieden, wanneer door dit gebruik omtrent de oorsprong der waren verwarring zal kunnen ontstaan.
**10.** De voorafgaande bepalingen verhinderen niet het gebruik maken, door de landen, van de bevoegdheid om door toepassing van artikel 6, letter B, alinea 1, onder 3°., de merken, welke zonder verkregen toestemming wapens, vlaggen, ridderorden en andere staatsemblemen of officiële tekens en stempels, aangenomen door een land der Unie, bevatten, te weigeren of nietig te verklaren.
Artikel 6ter
Artikel 6ter
Onderdeel van Unieverdrag van Parijs van 20 maart 1883 tot bescherming van de industriële eigendom, herzien te Brussel op 14 december 1900, te Washington op 2 juni 1911, te 's-Gravenhage op 6 november 1925 en te Londen op 2 juni 1934· Intellectuele eigendom
Deze tekst geldt sinds 5 augustus 1948