De landen der Unie tot bescherming van den industrieelen eigendom, die aan de tegenwoordige schikking geen deel hebben genomen, zullen daartoe op hunne aanvrage mogen toetreden, in den vorm voorgeschreven bij het algemeene verdrag.
Zoodra aan het internationaal Bureau zal zijn bericht, dat een land of een van diens koloniën, tot de tegenwoordige schikking is toegetreden, zal het aan de administratie van dat land, overeenkomstig art. 3, eene verzameling zenden van de kennisgevingen van inschrijving der merken, welke op dat oogenblik de internationale bescherming genieten.
Deze kennisgevingen zullen op zich zelve voldoende zijn om aan gezegde merken het genot der voorafgaande bepalingen op het grondgebied van het toegetreden land te verzekeren en zullen den termijn van een jaar doen aanvangen, gedurende welken de betrokken administratie de verklaring zal kunnen afleggen, voorzien bij art. 5.
Artikel 11
Artikel 11
Onderdeel van Schikking van Madrid van 14 april 1891, betreffende de Internationale inschrijving van fabrieks- of handelsmerken, herzien te Brussel op 14 december 1900 en te Washington op 2 juni 1911· Intellectuele eigendom
Deze tekst geldt sinds 1 mei 1913