Naar hoofdinhoud

DEEL I › HOOFDSTUK VI

Artikel 32

Bevoegdheid van het Gerecht

Onderdeel van Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht· Intellectuele eigendom

Deze tekst geldt sinds 1 juni 2023

1. Het Gerecht is exclusief bevoegd kennis te nemen van: vorderingen wegens inbreuk of dreigende inbreuk op octrooien en aanvullende beschermingscertificaten en gerelateerde verweren, waaronder reconventionele vorderingen betreffende licenties; vorderingen tot verklaring van niet-inbreuk op octrooien en aanvullende beschermingscertificaten; vorderingen tot het verkrijgen van voorlopige en conservatoire maatregelen of verbodsmaatregelen; vorderingen tot nietigverklaring van octrooien en van aanvullende beschermingscertificaten; reconventionele vorderingen tot nietigverklaring van octrooien en aanvullende beschermingscertificaten; vorderingen tot schadevergoeding of vergoeding op grond van de voorlopige bescherming die door een gepubliceerde Europese octrooiaanvraag wordt verleend; vorderingen in verband met het gebruik van de uitvinding voordat het octrooi is verleend of met het recht dat gebaseerd is op voorgebruik van de uitvinding; vorderingen tot vergoeding voor licenties op grond van artikel 8 van Verordening (EU) nr. 1257/2012; en vorderingen met betrekking tot besluiten van het Europees Octrooibureau bij het uitvoeren van de taken, bedoeld in artikel 9 van Verordening (EU) nr. 1257/2012. 2. De nationale gerechten van de overeenkomstsluitende lidstaten blijven bevoegd ter zake van vorderingen betreffende octrooien en aanvullende beschermingscertificaten die buiten de exclusieve bevoegdheid van het Gerecht vallen.

Rechtspraak bij dit artikel