**1.** Het Gerecht is exclusief bevoegd kennis te nemen van:
vorderingen wegens inbreuk of dreigende inbreuk op octrooien en aanvullende beschermingscertificaten en gerelateerde verweren, waaronder reconventionele vorderingen betreffende licenties;
vorderingen tot verklaring van niet-inbreuk op octrooien en aanvullende beschermingscertificaten;
vorderingen tot het verkrijgen van voorlopige en conservatoire maatregelen of verbodsmaatregelen;
vorderingen tot nietigverklaring van octrooien en van aanvullende beschermingscertificaten;
reconventionele vorderingen tot nietigverklaring van octrooien en aanvullende beschermingscertificaten;
vorderingen tot schadevergoeding of vergoeding op grond van de voorlopige bescherming die door een gepubliceerde Europese octrooiaanvraag wordt verleend;
vorderingen in verband met het gebruik van de uitvinding voordat het octrooi is verleend of met het recht dat gebaseerd is op voorgebruik van de uitvinding;
vorderingen tot vergoeding voor licenties op grond van artikel 8 van Verordening (EU) nr. 1257/2012; en
vorderingen met betrekking tot besluiten van het Europees Octrooibureau bij het uitvoeren van de taken, bedoeld in artikel 9 van Verordening (EU) nr. 1257/2012.
**2.** De nationale gerechten van de overeenkomstsluitende lidstaten blijven bevoegd ter zake van vorderingen betreffende octrooien en aanvullende beschermingscertificaten die buiten de exclusieve bevoegdheid van het Gerecht vallen.
DEEL I › HOOFDSTUK VI
Artikel 32
Bevoegdheid van het Gerecht
Onderdeel van Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht· Intellectuele eigendom
Deze tekst geldt sinds 1 juni 2023