Naar hoofdinhoud
De Administratie van het land van oorsprong zal naar goedvinden vaststellen en te haren voordeele innen een nationale taks, welke zij zal vorderen van den eigenaar van het merk, waarvan de internationale inschrijving wordt gevraagd. Deze taks zal worden verhoogd met een internationaal emolument (in Zwitsersche franken) van 150 franken voor het eerste merk en van 100 franken voor elk volgend merk, tezelfder tijd bij het Internationaal Bureau op naam van denzelfden eigenaar ingezonden. De inzender zal de bevoegdheid hebben om op het oogenblik van het internationaal depôt slechts een emolument van 100 franken voor het eerste merk en 75 franken voor elk der merken, tegelijk met het eerste ingezonden, te voldoen. Indien de inzender van deze bevoegdheid gebruik maakt, zal hij vóór het einde van een termijn van 10 jaar te rekenen van de internationale inschrijving af, bij het Internationaal Bureau een aanvullingsemolument van 75 franken moeten storten voor het eerste merk en van 50 franken voor elk der merken, tegelijk met het eerste ingezonden, bij gebreke waarvan hij na afloop van dien termijn, het genot van zijn inschrijving zal verliezen. Zes maanden vóór den afloop zal het Internationaal Bureau den inzender voor de goede orde van zaken door een officieus bericht herinneren aan den juisten datum van den afloop. Indien het aanvullingsemolument niet bij het Internationaal Bureau gestort is vóór het eind van dien termijn, zal dit Bureau het merk doorhalen, van deze verrichting kennis geven aan de Administraties en de doorhaling bekend maken in zijn blad. Wanneer de lijst van waren, voor welke de bescherming gevraagd wordt, meer dan 100 woorden bevat, zal de inschrijving van het merk eerst geschieden na betaling van een extra bedrag, te bepalen bij het reglement van uitvoering. De jaarlijksche opbrengst der verschillende ontvangsten voor de internationale inschrijving zal tusschen de verdragsluitende landen in gelijke deelen verdeeld worden door de zorgen van het Internationaal Bureau, na aftrek der gemeenschappelijke onkosten, veroorzaakt door de uitvoering dezer schikking. Indien op het oogenblik van het in werking treden van deze herziene schikking, een land haar nog niet bekrachtigd heeft, zal het slechts recht hebben, tot op den datum van zijn latere toetreding, op een uitkeering van het overschot der ontvangsten, berekend op den grondslag der oude taksen.

Rechtspraak bij dit artikel