Naar hoofdinhoud
1. In het kader van dit Verdrag kunnen de personeelsleden van de zendstaat, in overeenstemming met de in deze ontvangende staat geldende wet- en regelgeving, gebruik maken van de vrijstelling van invoerrechten en -heffingen voor de door hen in gebruik zijnde spullen en voorwerpen die deel van hun persoonlijke roerende goederen uitmaken. 2. Voor de duur van hun verblijf kunnen de strijdkrachten van de ene partij, na het vervullen van de geldende douaneformaliteiten en onder voorbehoud van de overlegging van de overige benodigde vergunningen, hun militaire uitrustingsstukken, machines en voertuigen onder de regeling tijdelijke invoer met schorsing van rechten en heffingen invoeren. 3. De goederen die in toepassing van dit Verdrag onder de regeling tijdelijke invoer zijn ingevoerd, kunnen, nadat aan de douaneformaliteiten voor uitvoer is voldaan, onder vrijstelling van alle rechten en heffingen vrijelijk worden wederuitgevoerd. Van de goederen die met schorsing of vrijstelling van rechten en heffingen zijn ingevoerd, kan op het grondgebied van de ontvangende staat normaliter, noch tegen betaling, noch kosteloos, afstand worden gedaan. In bijzondere gevallen kan evenwel afstand of vernietiging worden toegestaan, onder voorbehoud van de voorwaarden die hiertoe door de bevoegde autoriteiten van de ontvangende staat worden gesteld (betaling van de rechten en heffingen en vervulling van de formaliteiten die met het toezicht op de buitenlandse handel verband houden). Behoudens in geval van afstand onder een schorsingsregeling of ten gunste van het personeel van de zendstaat dat recht heeft op vrijstelling uit hoofde van de geldende regelgeving, vindt de afstand plaats na betaling van de rechten en heffingen en de vervulling van de formaliteiten die met het toezicht op de buitenlandse handel verband houden. De aanzuivering van het vernietigde materieel vindt plaats hetzij door de wederuitvoer ervan, of door middel van inklaring ten verbruike onder betaling van de opeisbare rechten en heffingen. 4. De door de autoriteiten van de zendstaat, alsmede de door het personeel en de hun ten laste komende personen ingevoerde goederen die bestemd zijn voor andere doeleinden dan het voorzien in alleen de eigen behoeften van bovengenoemden, zijn niet vrijgesteld van rechten en heffingen. 5. De in de ontvangende staat aangeschafte (handels)goederen zijn bij de uitvoer ervan onderworpen aan de in de ontvangende staat geldende wetgeving. 6. De militaire voertuigen van de zendstaat worden, voor zover de geldende nationale wetgeving op het grondgebied van de ontvangende staat zulks toestaat, tevens vrijgesteld van wegenbelasting. 7. De ontvangende staat treft de nodige maatregelen, in overeenstemming met de geldende regelgeving, ter vergemakkelijking van de binnenkomst op en het vertrek van zijn grondgebied van de voor de normale uitvoering van de gemeenschappelijke activiteiten benodigde uitrustingsstukken en voorraden.

Rechtspraak bij dit artikel