**1.** In de landen, waar de wetgeving haar daartoe machtigt, zullen de Administraties, aan welke het Internationaal Bureau van de inschrijving van een merk zal kennis geven, de bevoegdheid hebben te verklaren, dat de bescherming niet op haar grondgebied aan dat merk kan worden verleend. Een dergelijke weigering zal alleen geoorloofd zijn op grond van omstandigheden, die, krachtens het algemeen verdrag, van kracht zouden zijn ten aanzien van een merk, ter nationale inschrijving ingezonden.
**2.** De Administraties, die van deze bevoegdheid gebruik zullen wensen te maken, zullen van haar weigering, onder opgave van de redenen, mededeling moeten doen aan het Internationaal Bureau binnen de termijn, door de wet van haar land bepaald, en uiterlijk vóór het einde van een jaar, te rekenen van de internationale inschrijving van het merk af.
**3.** Het Internationaal Bureau zal zonder verwijl aan de Administratie van het land van oorsprong en aan de eigenaar van het merk of aan zijn gemachtigde, indien deze door genoemde Administratie aan het Bureau is opgegeven, een der exemplaren doen toekomen van de aldus te zijner kennis gebrachte verklaring van weigering. De belanghebbende zal dezelfde middelen van beroep hebben, als ware het merk door hem rechtstreeks gedeponeerd in het land, waar de bescherming wordt geweigerd.
**4.** De redenen van de weigering van een merk zullen door het Internationaal Bureau moeten worden medegedeeld aan de belanghebbenden, die het daarom hebben verzocht.
**5.** De Administraties, die, binnen de hierboven aangeduide termijn van ten hoogste één jaar, generlei kennisgeving aan het internationaal Bureau zullen hebben gedaan, zullen geacht worden het merk aanvaard te hebben.
**6.** De ongeldigverklaring van een internationaal merk zal door de bevoegde autoriteiten niet kunnen worden uitgesproken, zonder dat de rechthebbende op dat merk in de gelegenheid is gesteld om zijn rechten tijdig te doen gelden. Zij zal aan het Internationaal Bureau worden medegedeeld.
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Schikking van Madrid van 14 april 1891 betreffende de internationale inschrijving van fabrieks- of handelsmerken, herzien te Brussel op 14 december 1900, te Washington op 2 juni 1911, te 's-Gravenhage op 6 november 1925 en te Londen op 2 juni 1934· Intellectuele eigendom
Deze tekst geldt sinds 5 augustus 1948