**1.** De Administratie van het land van oorsprong zal naar goedvinden vaststellen en te haren voordele innen een nationale taxe, welke zij zal vorderen van de eigenaar van het merk, waarvan de internationale inschrijving wordt gevraagd.
**2.** Deze taxe zal worden verhoogd met een internationaal emolument (in Zwitserse franken) van 150 franken voor het eerste merk en van 100 franken voor elk volgend merk, tezelfder tijd bij het Internationaal Bureau op naam van dezelfde eigenaar ingezonden.
**3.** De inzender zal de bevoegdheid hebben om op het ogenblik van het internationaal depôt slechts een emolument van 100 franken voor het eerste merk en 75 franken voor elk der merken, tegelijk met het eerste ingezonden, te voldoen.
**4.** Indien de inzender van deze bevoegdheid gebruik maakt, zal hij vóór het einde van een termijn van tien jaren, gerekend van de internationale inschrijving af, bij het Internationaal Bureau een aanvullingsemolument van 75 franken moeten storten voor het eerste merk en van 50 franken voor elk der merken, tegelijk met het eerste ingezonden, bij gebreke waarvan hij na afloop van die termijn het genot van zijn inschrijving zal verliezen. Zes maanden vóór de afloop zal het Internationaal Bureau de inzender voor de goede orde van zaken door een officieus bericht herinneren aan de juiste datum van de afloop. Indien het aanvullingsemolument niet bij het Internationaal Bureau gestort is vóór het einde van die termijn, zal dit Bureau het merk doorhalen, van deze verrichting kennis geven aan de Administraties en haar bekend maken in zijn blad. Indien het aanvullingsemolument, dat verschuldigd is voor de merken, begrepen in een meervoudig depôt, niet voor alle merken tegelijk wordt betaald, zal de inzender nauwkeurig de merken moeten aanduiden, voor welke hij de aanvullende storting wil doen, en zal hij de taxe van 75 franken voor het eerste merk van iedere serie moeten voldoen.
**5.** Wanneer de lijst van waren, voor welke de bescherming gevraagd wordt, meer dan honderd woorden bevat, zal de inschrijving van het merk slechts geschieden na betaling van een extra bedrag, vast te stellen bij het reglement van uitvoering.
**6.** De jaarlijkse opbrengst der verschillende ontvangsten voor de internationale inschrijving zal tussen de contracterende landen in gelijke delen verdeeld worden door de zorgen van het Internationaal Bureau, na aftrek der gemeenschappelijke onkosten, veroorzaakt door de uitvoering dezer overeenkomst.
**7.** Indien op het ogenblik van het in werking treden van deze herziene overeenkomst een land nog niet is toegetreden tot de akte van 's-Gravenhage, zal het slechts recht hebben, tot op de datum van zijn latere toetreding, op een uitkering van het overschot der ontvangsten, berekend op de grondslag der oude taxen.
Artikel 8
Artikel 8
Onderdeel van Schikking van Madrid van 14 april 1891 betreffende de internationale inschrijving van fabrieks- of handelsmerken, herzien te Brussel op 14 december 1900, te Washington op 2 juni 1911, te 's-Gravenhage op 6 november 1925 en te Londen op 2 juni 1934· Intellectuele eigendom
Deze tekst geldt sinds 5 augustus 1948