**(1).** De onderdanen van elk der beide Hooge Verdragsluitende Partijen zullen op het gebied van de andere een in elk opzicht ten minste even gunstige behandeling genieten als de onderdanen van de meestbegunstigde natie. Zij zullen gelijkgesteld zijn met de nationalen voor wat betreft de vestiging en de uitoefening van den handel, de nijverheid en de scheepvaart. Zij zullen eveneens, gelijk de nationalen, recht hebben op de bescherming van hun persoon en goederen, alsmede het recht den eigendom van roerende of onroerende goederen te verkrijgen en erover te beschikken. Natuurlijke personen en rechtspersonen van de ene Partij op het grondgebied van de andere Partij genieten met betrekking tot het verwerven van onroerend goed dezelfde rechten als de onderdanen van de meestbegunstigde natie. De onderdanen van elk der beide Hooge Verdragsluitende Partijen zullen vrijen toegang hebben tot de rechtbanken der andere Partij, hetzij als eischer, hetzij als verweerder. Zij zullen, op denzelfden voet als de nationalen, de bevoegdheid hebben procureurs, advocaten en vertegenwoordigers hunner keuze te nemen en van hun diensten gebruik te maken ter bescherming van hunne rechten vóór de bedoelde rechtbanken.
**(2).** Het is echter wel verstaan, dat de voorgaande bepalingen op geenerlei wijze inbreuk maken op de bijzondere wetten, verordeningen en voorschriften inzake den handel, de nijverheid, de politie, de algemeene veiligheid en de uitoefening van bepaalde ambachten en beroepen, van kracht op het gebied der Hooge Verdragsluitende Partijen en in het algemeen van toepassing op alle vreemdelingen.
**(3).** Den onderdanen van elk der beide Partijen zal het vrij staan hunne zaken op het grondgebied der andere Partij te regelen, hetzij persoonlijk, hetzij door een tusschenpersoon hunner keuze, zonder te dezen opzichte aan eenige andere beperkingen onderworpen te zijn dan aan die, vastgesteld bij de op dat grondgebied van kracht zijnde wetten en voorschriften.
**(4).** Zij zullen voor de uitoefening van hunnen handel, hunne nijverheid en hunne scheepvaart binnen het grondgebied der andere Partij geene andere of hoogere belasting, heffing of rechten betalen dan die, welke van de nationalen worden geheven.
**(5).** De onderdanen van elk der beide Partijen, die vreemdelingen zijn volgens de wetgeving van de andere, en die op behoorlijke wijze hun nationaliteit zullen hebben aangetoond, zullen op het grondgebied van deze andere Partij vrijgesteld zijn van elken verplichten persoonlijken dienst, alsmede van iedere bijdrage hetzij in geld, hetzij in natura, opgelegd in plaats van genoemden verplichten persoonlijken dienst. Zij zullen zoowel in vredes- als in oorlogstijd slechts gedwongen worden tot die militaire leveringen en vorderingen, welke aan de nationalen worden opgelegd en wel in dezelfde mate en volgens dezelfde beginselen als deze laatsten. Zij zullen recht hebben op de vergoedingen, welke bij de geldende wetten ten gunste van de onderdanen zullen zijn vastgesteld.
De wijzigingsopdracht in Nr. II van de Briefwisseling van 28 februari 1985 (Trb. 1985/40) is als volgt geïnterpreteerd. Na deze zin in artikel 1, eerste lid: “Zij zullen eveneens, gelijk de nationalen, recht hebben op de bescherming van hun persoon en goederen, alsmede het recht den eigendom van roerende of onroerende goederen te verkrijgen en erover te beschikken.” de volgende zin invoegen: “Natuurlijke personen en rechtspersonen van de ene Partij op het grondgebied van de andere Partij genieten met betrekking tot het verwerven van onroerend goed dezelfde rechten als de onderdanen van de meestbegunstigde natie.”
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Verdrag van handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Oostenrijk· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 1985