De Regeering der Nederlanden en de Regeering van San-Marino verbinden zich om wederkeerig aan elkander uit te leveren, volgens de voorschriften bij de volgende artikelen vastgesteld en voor zoover de wetten der beide landen die uitlevering toelaten, de personen welke veroordeeld of aangeklaagd zijn ter zake van een der feiten hieronder vermoed, gepleegd buiten het grondgebied van den Staat, aan welken de uitlevering wordt aangevraagd:
doodslag of moord, hetzij dat deze misdrijven zijn gepleegd tegen den Souverein, den Troonopvolger, het Hoofd van een bevrienden Staat of tegen elk ander persoon;
bedreigingen, schriftelijk en onder eene bepaalde voorwaarde gedaan;
het opzettelijk veroorzaken van de afdrijving der vrucht van eene vrouw door haar zelve of door anderen;
gewelddadigheden of daden nadeelig voor de gezondheid, die met opzet zijn gepleegd en zwaar lichamelijk letsel of den dood ten gevolge hebben gehad of die met voorbedachten rade zijn gepleegd; zware mishandeling;
verkrachting; feitelijke aanranding van de eerbaarheid, gepleegd met geweld of bedreigingen; het feit van buiten echt vleeschelijke gemeenschap te hebben met eene vrouw of elke andere ontuchtige handeling, wanneer de schuldige weet dat de persoon met welke hij zoodanige handelingen pleegt, in staat van bewusteloosheid of onmacht verkeert, of wanneer de leeftijd van dien persoon op zich zelf voldoende is om het feit strafbaar te maken;
het bederven der zeden bij minderjarigen door hen aan te zetten tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen of tot het hebben van vleeschelijke gemeenschap buiten echt met een derde; opwekking van minderjarigen tot het plegen van ontucht en iedere daad welke ten doel heeft de ontucht van minderjarigen te begunstigen;
dubbel huwelijk;
oplichting of wegvoering, verberging, wegmaking, onderschuiving van een kind;
oplichting of wegvoering van minderjarigen;
het namaken of vervalschen van muntspeciën of muntpapier met het oogmerk om die muntspeciën of dat muntpapier als echt en onvervalscht uit te geven of te doen uitgeven of het opzettelijk in omloop brengen van valsche of vervalschte muntspeciën of muntpapier;
het namaken of vervalschen van, van Rijkswege uitgegeven zegels en Rijksmerken of van door de wet gevorderde meesterteekenen;
valschheid in geschriften en het met opzet gebruik maken van het valsche over vervalschte geschrift; het in voorraad hebben of invoeren uit het buitenland van billetten eener, krachtens wettelijke verordeningen opgerichte, circulatiebank met het oogmerk om die als echt en onvervalscht uit te geven, ingeval de dader, toen hij die stukken ontving, wist, dat zij valsch of vervalscht waren;
meineed;
omkooping van openbare ambtenaren; knevelarij; verduistering door ambtenaren of daaarmede gelijkgestelden;
opzettelijke brandstichting, indien daarvan gemeen gevaar voor goederen of levensgevaar voor een ander te duchten is; brandstichting met het oogmerk om zich of een ander, ten nadeele van den verzekeraar of van den wettigen houder van een bodemerijbrief, wederrechtelijk te bevoordeelen;
opzettelijk en wederrechtelijke vernieling van een gebouw hetwelk in zijn geheel of gedeeltelijk aan een ander toebehoort of van een gebouw of getimmerte, indien daarvan gemeen gevaar voor goederen of levensgevaar voor een ander te duchten is;
openlijk geweld met vereenigde krachten tegen personen of goederen;
het opzettelijk en wederrechtelijk doen zinken, doen stranden, vernielen, onbruikbaar maken of beschadigen van een schip, indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is;
muiterij en verzet van passagiers aan boord van een schip tegen den schipper en van mindere schepelingen jegens hunne meerderen in rang;
het opzettelijk doen ontstaan van gevaar voor een spoortrein;
diefstal; oplichting; misbruik van eene handteekening in blanco; verduistering; misbruik van vertrouwen;
bedriegelijke bankbreuk;
Onder de voorgaande qualificatiën zijn begrepen de poging en de medeplichtigheid, voor zoover zij strafbaar gesteld zijn bij de wetgeving van het land, aan hetwelk de uitlevering wordt gevraagd.
In geen geval zal de uitlevering plaats hebben:
voor zoover veroordeelden betreft wanneer de opgelegde straf minder zal zijn dan 6 maanden vrijheidsstraf;
voor zoover verdachten of beklaagden betreft, wanneer het maximum van de, voor het ten laste gelegde feit op te leggen straf, volgens de wet van het land dat de uitlevering vraagt, minder is dan 2 jaren vrijheidsstraf.
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Uitleveringsverdrag tussen Nederland en San Marino· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 23 april 1903