De vreemdeling, die krachtens de bepalingen van het voorgaand artikel voorloopig is aangehouden, zal, ten ware hij uit anderen hoofde behoorde in hechtenis te blijven, in vrijheid worden gesteld, indien niet binnen twintig dagen na de dagteekening van het bevel van voorloopige aanhouding de aanvrage tot uitlevering geschied is op de wijze vermeld in artikel 7, onder overlegging der bescheiden bij het tegenwoordig verdrag voorgeschreven.
Artikel 10
Artikel 10
Onderdeel van Uitleveringsverdrag tussen Nederland en San Marino· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 23 april 1903