**1.** Voor de toepassing van dit Verdrag worden als „nijverheidsondernemingen” beschouwd:
mijnen, groeven en alle andere inrichtingen voor het winnen van minerale stoffen uit de aardbodem;
bedrijven waarin goederen worden vervaardigd, veranderd, gereinigd, hersteld, versierd, afgewerkt, tot verkoop geschikt gemaakt, gesloopt of vernietigd, of waarin stoffen een verandering ondergaan, hierbij inbegrepen de scheepsbouw, alsmede de voortbrenging, transformatie en overbrenging van elektriciteit en van alle andere beweegkracht;
het bouwen of aanleggen, het weer opbouwen of opnieuw aanleggen, het onderhouden, het herstellen, het veranderen of slopen van gebouwen, spoor- en tramwegen, havens, dokken, pieren, kanalen, binnenwateren, wegen, tunnels, bruggen, viaducten, riolen, goten, putten, telefoon- en telegraafinstallaties, elektrische installaties, gas- of waterleidingswerken of andere constructiewerken, met inbegrip van de voorbereidende en de funderingswerkzaamheden van zodanige werken;
het vervoer van personen of goederen langs wegen, spoorwegen of binnenwateren, met inbegrip van de behandeling der goederen in dokken, op kaden, werven of in opslagplaatsen, uitgezonderd het vervoer met de hand.
**2.** Op de hierboven vermelde opsomming kunnen uitzonderingen worden gemaakt op grond van de door het Verdrag van Washington, strekkende tot beperking van de arbeidsduur in nijverheidsondernemingen tot acht uren per dag en achtenveertig uren per week, voorziene uitzonderingen voor bepaalde landen, voor zover deze uitzonderingen op het onderhavige Verdrag van toepassing zijn.
**3.** Indien dit nodig blijkt, zal ieder Lid in aansluiting aan de hierboven gegeven opsomming, de scheidingslijn kunnen vaststellen tussen de nijverheid enerzijds en de handel en landbouw anderzijds.
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Verdrag betreffende de toepassing van de wekelijkse rustdag in de industrie· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 14 juli 1965