**1.** De in de nationale afdeling van een deelnemende Staat getoonde voortbrengselen dienen een nauwe relatie te hebben met deze Staat (bij voorbeeld objecten van oorsprong van zijn grondgebied of door zijn onderdanen gecreëerde voortbrengselen).
**2.** Nochtans mogen er met de toestemming van de algemene commissarissen of de commissarissen van de andere betrokken Staten, andere objecten of voortbrengselen voorkomen, op voorwaarde dat zij slechts dienen ter aanvulling van de inzending.
**3.** In geval van onenigheid tussen deelnemende Staten in de gevallen voorzien in het eerste en het tweede lid, treedt het college van de algemene afdelingscommissarissen of de commissarissen arbitrerend op en doet uitspraak bij meerderheid van de stemmen van de aanwezige commissarissen. De uitspraak is onherroepelijk.
HOOFDSTUK IV
Artikel 19
Artikel 19
Onderdeel van Verdrag betreffende internationale tentoonstellingen· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 19 juli 1996