Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK III

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Verdrag betreffende internationale tentoonstellingen· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 19 juli 1996

1. De Regering van een Verdragsluitende Partij op wier grondgebied een tentoonstelling is ontworpen (hierna te noemen: de uitnodigende Regering) dient aan het Bureau een verzoek tot inschrijving of erkenning daarvan te richten, daarbij aangevende de wettelijke, reglementaire of financiële maatregelen die zij ter gelegenheid van deze tentoonstelling treft. De Regering van een niet-Verdragsluitende Staat die inschrijving of erkenning van een tentoonstelling wenst, kan evenzo aan het Bureau een verzoek richten, op voorwaarde dat zij zich verbindt tot het ten aanzien van deze tentoonstelling in acht nemen van het bepaalde in de Hoofdstukken I, II, III en IV van dit Verdrag en de ter zake van hun toepassing uitgevaardigde reglementen. 2. Het verzoek tot inschrijving of erkenning dient te worden gedaan door de Regering die belast is met de internationale betrekkingen ten aanzien van de plaats waar de tentoonstelling volgens het ontwerp wordt ingericht (hierna te noemen: de uitnodigende Regering), ook ingeval deze Regering niet de organisator van de tentoonstelling is. 3. Het Bureau legt in zijn verbindende kracht hebbende reglementen de uiterste termijn vast voor het bespreken van de datum van een tentoonstelling en de kortste termijn voor de indiening van de aanvraag tot inschrijving of erkenning; het omschrijft de documenten waarvan een zodanige aanvrage vergezeld dient te gaan. Het Bureau stelt eveneens bij een verbindende kracht hebbend reglement het bedrag vast van de verschuldigde bijdragen in de kosten van behandeling van de aanvrage. 4. De inschrijving of erkenning wordt slechts toegestaan indien de tentoonstelling voldoet aan de voorwaarden die door dit Verdrag zijn gesteld, alsmede aan de reglementen die door het Bureau zijn uitgevaardigd.

Rechtspraak bij dit artikel