Voor de toepassing van artikel 4 neemt elke overeenkomstsluitende staat de procedures aan die nodig zijn om de uitbetalende instantie in staat te stellen de identiteit en woonplaats van de uiteindelijk gerechtigden vast te stellen en draagt zorg voor de toepassing van deze procedures binnen zijn grondgebied. Deze procedures voldoen aan de minimumnormen van artikel 3, leden 2 en 3, van de richtlijn, met dien verstande dat, wat betreft het bepaalde in lid 2, onder a), en in lid 3, onder a), de identiteit en de woonplaats van de uiteindelijk gerechtigde worden vastgesteld op grond van de informatie waarover de uitbetalende instantie beschikt krachtens de toepassing van de desbetreffende wet- en regelgeving van de overeenkomstsluitende staat waar de uitbetalende instantie is gevestigd.
Artikel 3
Identiteit en woonplaats van de uiteindelijk gerechtigden
Onderdeel van Briefwisseling houdende een overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Aruba, en de Republiek Kroatië betreffende automatische gegevensuitwisseling inzake inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 30 juni 2014