Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Artikel 1

Onderdeel van Verdrag betreffende de leeftijd van toelating van kinderen tot het verrichten van niet-industriële werkzaamheden· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 12 juli 1936

1. Dit verdrag is van toepassing op elken arbeid, die niet valt onder de regeling neergelegd in de volgende verdragen onderscheidenlijk door de Internationale Arbeidsconferentie aangenomen in hare eerste, tweede en derde zitting: verdrag betreffende de vaststelling van den leeftijd, waarop kinderen mogen worden toegelaten tot het verrichten van arbeid in nijverheidsondernemingen (Washington 1919); verdrag tot vaststelling van den minimum leeftijd van toelating van kinderen tot arbeid op zee (Genua 1920); verdrag betreffende den leeftijd, waarop kinderen mogen worden toegelaten tot arbeid in den landbouw (Genève 1921). In elk land zal de bevoegde autoriteit, na raadpleging van de voornaamste betrokken organisaties van werkgevers en werknemers de grens vaststellen tusschen de toepasselijkheid van dit verdrag en die van de drie voornoemde verdragen. 2. Dit verdrag is niet van toepassing op: de zeevisscherij; arbeid in technische en ambachtsscholen, mits die arbeid een wezenlijk opvoedend karakter draagt en daarmede niet beoogd wordt handelswinst te maken en beperkt en goedgekeurd is door de openbare autoriteit en onder haar toezicht staat. 3. In elk land heeft de bevoegde autoriteit de bevoegdheid om van de toepassing van dit verdrag uit te sluiten: arbeid in inrichtingen, waarin uitsluitend leden van het gezin van den werkgever werkzaam zijn, mits die arbeid niet schadelijk is noch nadeelig of gevaarlijk in den zin van de artikelen 3 en 5 hieronder genoemd; huiselijke diensten in het gezin door de leden van dat gezin.

Rechtspraak bij dit artikel