Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Artikel 9

Onderdeel van Verdrag betreffende de leeftijd van toelating van kinderen tot het verrichten van niet-industriële werkzaamheden· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 15 januari 1948

1. De bepalingen van de artikelen 2, 3, 4, 5, 6 en 7 van dit verdrag zijn niet van toepassing op Britsch-Indië. Doch in Britsch-Indië: is arbeid van kinderen van nog geen 10 jaar oud verboden. Evenwel kan in het belang van de kunst, wetenschap of het onderwijs de nationale wetgeving door middel van individueele vergunningen afwijkingen toestaan van bovenstaande bepaling teneinde het optreden van kinderen in alle openbare vermakelijkheden mogelijk te maken alsmede het als spelers of figuranten deelnemen in cinematografische opnamen. Bovendien zal, indien de leeftijd van toelating van kinderen in fabrieken, waarin geen krachtwerktuig wordt gebruikt en die niet vallen onder de Britsch-Indische wet op de fabrieken, door de nationale wetgeving vastgesteld wordt op een hoogeren leeftijd dan 10 jaar, voor de toepassing van dit lid die leeftijd van toelating tot het verrichten van arbeid in die fabrieken in de plaats gesteld worden van den leeftijd van 10 jaar. Personen beneden 14 jaar kunnen niet gebruikt worden voor eenige niet-industriëele werkzaamheid, welke de bevoegde autoriteit na raadpleging van de voornaamste betrokken organisaties van werkgevers en arbeiders, gevaarlijk voor het leven, de gezondheid of de zedelijkheid zou kunnen verklaren. De nationale wetgeving stelt voor de toelating van jeugdige personen en jongelingen tot het verrichten van werkzaamheden in den rondtrekkenden handel op den openbaren weg of in openbare inrichtingen en plaatsen, tot het verrichten van voortdurende werkzaamheden bij étalage's buiten, of in rondtrekkende beroepen een leeftijd vast, die hooger is dan 10 jaar, wanneer die werkzaamheden verricht worden onder omstandigheden, welke een hoogeren leeftijd rechtvaardigen. De nationale wetgeving neemt maatregelen voor de toepassing van de bepalingen van dit artikel, en stelt in het bijzonder straffen vast op de inbreuk op de wettelijke bepalingen ter uitvoering van de bepalingen van dit artikel vastgesteld. De bevoegde autoriteit moet na verloop van vijf jaar, te rekenen van de afkondiging van de wetten ter uitvoering van de bepalingen van dit verdrag vastgesteld, den toestand volledig weder onderzoeken teneinde de minimum leeftijdsgrenzen bij dit verdrag voorgeschreven te verhoogen; dat onderzoek strekt zich uit tot alle bepalingen van dit artikel. 2. Indien in Britsch-Indië een wetgeving wordt vastgesteld, die den leerplicht tot het 14de jaar uitstrekt, houdt dit artikel op van toepassing te zijn en worden de artikelen 2, 3, 4, 5, 6 en 7 van toepassing op Britsch-Indië.

Rechtspraak bij dit artikel