Naar hoofdinhoud

TITEL I

Artikel 1

Algemene beginselen

Onderdeel van Kaderovereenkomst inzake een partnerschap en samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Mongolië, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 november 2017

1. De eerbiediging van de democratische beginselen en de rechten van de mens, zoals deze zijn vastgelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens en andere desbetreffende internationale mensenrechteninstrumenten, en van het beginsel van de rechtsstaat, ligt ten grondslag aan het binnenlandse en het buitenlandse beleid van beide partijen en is een essentieel element van deze overeenkomst. 2. De partijen bevestigen dat zij de waarden delen die zijn vastgelegd in het Handvest van de Verenigde Naties. 3. De partijen bevestigen dat zij zich ertoe verbinden alle aspecten van duurzame ontwikkeling te stimuleren, samen te werken om het probleem van de klimaatverandering en de mondialisering aan te pakken en bij te dragen tot de verwezenlijking van de internationaal overeengekomen ontwikkelingsdoelstellingen, waaronder de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling. De partijen bevestigen opnieuw hun gehechtheid aan een hoog niveau van milieubescherming en geïntegreerde sociale structuren. 4. De partijen bevestigen opnieuw hun gehechtheid aan de Verklaring van Parijs van 2005 inzake de doeltreffendheid van hulp (Verklaring van Parijs) en komen overeen hun samenwerking te versterken om betere resultaten op het gebied van ontwikkeling te verwezenlijken. 5. De partijen bevestigen dat zij belang hechten aan de beginselen van Behoorlijk bestuur, waaronder de onafhankelijkheid van justitie, en corruptiebestrijding.

Rechtspraak bij dit artikel