Elk Lid vergewist zich ervan dat de bepalingen van zijn wet- en regelgeving, in de context van dit Verdrag, de volgende fundamentele rechten eerbiedigen:
de vrijheid van vereniging en de daadwerkelijke erkenning van het recht op collectieve onderhandelingen;
de uitbanning van alle vormen van gedwongen of verplichte arbeid;
de daadwerkelijke afschaffing van kinderarbeid; en
de uitbanning van discriminatie ten aanzien van werkgelegenheid en beroepsuitoefening.
Paragraaf
Artikel III
Artikel III
Onderdeel van Maritiem arbeidsverdrag, 2006· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 20 augustus 2013