Naar hoofdinhoud
1. De lidstaten stellen een elfde Europees Ontwikkelingsfonds in, hierna „het elfde EOF” genoemd. 2. Het elfde EOF is als volgt samengesteld: Een bedrag van 30.506 miljoen EUR (in lopende prijzen), waaraan de lidstaten als volgt bijdragen: Lidstaat Verdeelsleutel (%) Bijdrage in EUR België 3,24927 991.222.306 Bulgarije 0,21853 66.664.762 Tsjechië 0,79745 243.270.097 Denemarken 1,98045 604.156.077 Duitsland 20,5798 6.278.073.788 Estland 0,08635 26.341.931 Ierland 0,94006 286.774.704 Griekenland 1,50735 459.832.191 Spanje 7,93248 2.419.882.349 Frankrijk 17,81269 5.433.939.212 Kroatië 1 0,22518 68.693.411 Italië 12,53009 3.822.429.255 Cyprus 0,11162 34.050.797 Letland 0,11612 35.423.567 Litouwen 0,18077 55.145.696 Luxemburg 0,25509 77.817.755 Hongarije 0,61456 187.477.674 Malta 0,03801 11.595.331 Nederland 4,77678 1.457.204.507 Oostenrijk 2,39757 731.402.704 Polen 2,00734 612.359.140 Portugal 1,19679 365.092.757 Roemenië 0,71815 219.078.839 Slovenië 0,22452 68.492.071 Slowakije 0,37616 114.751.370 Finland 1,50909 460.362.995 Zweden 2,93911 896.604.897 Verenigd Koninkrijk 14,67862 4.477.859.817 TOTAAL 100,00000 30.506.000.000 1 Geraamd bedrag Dit bedrag van 30.506 miljoen EUR is beschikbaar vanaf het moment van inwerkingtreding van het meerjarig financieel kader voor en wordt als volgt verdeeld: 29.089 miljoen EUR wordt toegekend aan de ACS-landen; 364,5 miljoen EUR wordt toegekend aan de LGO; 1.052,5 miljoen EUR voor de Commissie voor de in artikel 6 bedoelde ondersteunende uitgaven in verband met de programmering en uitvoering van het elfde EOF, waarvan ten minste 76,3 EUR wordt toegekend aan de Commissie voor maatregelen ter verbetering van het effect van EOF-programma’s als bedoeld in artikel 6, lid 3. Met uitzondering van de leningen voor de financiering van rentesubsidies vallen de middelen waarnaar wordt verwezen in de bijlagen I en I ter bij de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst en in de bijlagen II A en A bis van het LGO-besluit, en die zijn toegewezen in het kader van het negende en tiende EOF ter financiering van de middelen van de investeringsfaciliteit, niet onder Besluit 2005/446/EG9)Besluit 2005/446/EG van de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen op 30 mei 2005 tot vaststelling van de uiterste datum waarop betalingsverplichtingen uit hoofde van het negende Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) kunnen worden aangegaan (PbEU L 156 van 18 juni 2005, blz. 19). en bijlage I ter, punt 5, van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst tot vaststelling van de data waarna de middelen van het negende en tiende EOF niet langer mogen worden vastgelegd. Deze middelen worden overgedragen naar het elfde EOF en worden beheerd overeenkomstig de uitvoeringsregeling voor het elfde EOF, wat betreft de middelen bedoeld in de bijlagen I en I bis bij de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst, vanaf de datum van inwerkingtreding van het meerjarig financieel kader voor de periode 2014-2020 met betrekking tot de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst en, wat betreft de middelen bedoeld in de bijlagen II A en II A bis bij het LGO-besluit, vanaf de datum van inwerkingtreding van de besluiten van de Raad inzake de financiële bijstand aan de LGO voor de periode 2014-2020. 3. Na 31 december 2013, of na de datum van inwerkingtreding van het meerjarig financieel kader voor de periode 2014-2020, indien deze datum later valt, worden de resterende middelen uit hoofde van het tiende EOF of uit eerdere EOF’s niet langer vastgelegd, tenzij de Raad op voorstel van de Commissie en met eenparigheid van stemmen anders besluit, met uitzondering van saldi en middelen die na de relevante datum zijn vrijgemaakt uit hoofde van het stelsel voor de stabilisatie van de exportopbrengsten van landbouwgrondstoffen (STABEX) in het kader van EOF’s voorafgaand aan het negende EOF, en met uitzondering van de in lid 2, onder b), bedoelde middelen. 4. Middelen voor projecten in het kader van het tiende EOF of voorgaande EOF’s die worden vrijgemaakt na 31 december 2013 of na de datum van inwerkingtreding van het meerjarig financieel kader voor de periode 2014-2020, indien deze datum later valt, worden niet langer vastgelegd, tenzij de Raad op voorstel van de Commissie en met eenparigheid van stemmen anders besluit, met uitzondering van de middelen die na de relevante datum zijn vrijgemaakt uit hoofde van het stelsel voor de stabilisatie van de exportopbrengsten van landbouwgrondstoffen (STABEX) in het kader van EOF’s voorafgaand aan het negende EOF, die automatisch worden overgedragen naar de respectieve nationale indicatieve programma’s, bedoeld in artikel 2, onder a), i), en artikel 3, lid 1, en van de middelen ter financiering van de middelen van de investeringsfaciliteiten, bedoeld in lid 2, onder b), van dit artikel. 5. Het totaalbedrag voor het elfde EOF is bestemd voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2020. De middelen van het elfde EOF en, in het geval van de investeringsfaciliteit, de middelen afkomstig van gelden die terugvloeien, worden na 31 december 2020 niet verder vastgelegd, tenzij de Raad op voorstel van de Commissie en met eenparigheid van stemmen anders besluit. De middelen die door de lidstaten in het kader van het negende en het tiende EOF zijn geplaatst ter financiering van de investeringsfaciliteit, blijven echter na 31 december 2020 beschikbaar voor uitbetaling tot de datum die in het financieel reglement als bedoeld in artikel 10, lid 2, wordt vastgesteld. 6. De rentebaten uit verrichtingen die zijn gefinancierd met vastleggingen in vroegere EOF’s en van middelen van het elfde EOF die door de Commissie worden beheerd, worden gecrediteerd op een of verschillende ten name van de Commissie geopende rekeningen en aangewend overeenkomstig de bepalingen van artikel 6. In het kader van het in artikel 10, lid 2, bedoelde financieel reglement wordt bepaald hoe de rentebaten uit de door de EIB beheerde middelen zullen worden gebruikt. 7. In geval van toetreding van een staat tot de Unie wordt de in lid 2, onder a), bedoelde verdeelsleutel gewijzigd bij een door de Raad op basis van een voorstel van de Commissie en met eenparigheid van stemmen genomen besluit. 8. De financiële middelen kunnen voorts worden aangepast bij een door de Raad met eenparigheid van stemmen genomen besluit, met name overeenkomstig artikel 62, lid 2, van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst. 9. Iedere lidstaat kan, onverminderd de besluitvormingsvoorschriften en -procedures van artikel 8, vrijwillige bijdragen ter beschikking van de Commissie of de EIB stellen ter ondersteuning van de doelstellingen van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst. De lidstaten mogen ook projecten of programma’s medefinancieren, bijvoorbeeld in het kader van specifieke initiatieven die door de Commissie of de EIB worden beheerd. De eigen verantwoordelijkheid voor dergelijke initiatieven van de ACS-staten op nationaal niveau wordt gegarandeerd. De uitvoeringsverordening en het financieel reglement bedoeld in artikel 10 bevatten de nodige bepalingen voor medefinanciering door het elfde EOF en voor medefinancieringsactiviteiten die door de lidstaten worden uitgevoerd. De lidstaten stellen de Raad vooraf in kennis van hun vrijwillige bijdragen. 10. De Unie en haar lidstaten voeren een prestatie-evaluatie uit, waarbij wordt nagegaan in welke mate de vastleggingen en betalingen zijn gerealiseerd en wat het resultaat en het effect zijn van de steun. Deze evaluatie wordt verricht op basis van een voorstel van de Commissie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel