Naar hoofdinhoud

Deel I

Artikel 16

Artikel 16

Onderdeel van Verdrag ter bestrijding van de valsemunterij· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 29 juli 1932

De overmaking van rogatoire commissies met betrekking tot de in artikel 3 bedoelde strafbare feiten moet geschieden: Bij voorkeur door rechtstreeksche toezending tusschen de rechterlijke autoriteiten, eventueel door tusschenkomst van de centrale bureaux; Door rechtstreeksche briefwisseling van de Ministers van Justitie der twee landen of door rechtstreeksche toezending door de autoriteit van het verzoekende land aan den Minister van Justitie van het aangezochte land; Door tusschenkomst van den diplomatieken of consulairen vertegenwoordiger van het verzoekende land in het aangezochte land; deze vertegenwoordiger zal de rogatoire commissie rechtstreeks toezenden aan de bevoegde rechterlijke autoriteit of aan de autoriteit, die door het aangezochte land aangewezen is, en zal rechtstreeks van deze autoriteit de stukken ontvangen, waaruit de uitvoering van de rogatoire commissie blijkt. In de gevallen a) en c) zal steeds tegelijkertijd afschrift van de rogatoire commissie aan de hoogste juridische autoriteit van het aangezochte land worden gezonden. Tenzij anders wordt overeengekomen, zal de rogatoire commissie moeten worden opgesteld in de taal van de verzoekende autoriteit, onverminderd het recht van het aangezochte land om steeds een vertaling in de eigen taal, voor eensluidend door de verzoekende autoriteit gewaarmerkt, te verlangen. Iedere Hooge Verdragsluitende Partij zal door een mededeeling aan ieder der andere Hooge Verdragsluitende Partijen doen weten, welke der bovenbedoelde wijzen van overmaking zij voor de rogataire commissies van die Hooge Verdragsluitende Partij toelaat. Totdat een Hooge Verdragsluitende Partij een zoodanige mededeeling zal hebben gedaan, zal de door haar thans gevolgde procedure ten aanzien van rogatoire commissies gehandhaafd blijven. De uitvoering van rogatoire commissies zal geen aanleiding kunnen geven tot vergoeding van andere rechten en kosten dan de kosten van deskundigen-onderzoek. Niets in dit artikel zal kunnen worden uitgelegd als een verbintenis van de zijde der Hooge Verdragsluitende Partijen om met betrekking tot de bewijsvoering in strafzaken een afwijking van haar wet te aanvaarden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel