Naar hoofdinhoud

Deel II

Artikel 22

Artikel 22

Onderdeel van Verdrag ter bestrijding van de valsemunterij· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 29 juli 1932

De landen, die bereid zijn het Verdrag overeenkomstig het tweede lid van artikel 20 te bekrachtigen of er toe krachtens artikel 21 toe te treden, maar die verlangen gemachtigd te worden voorbehouden te maken ten aanzien van de toepassing van het Verdrag, zullen van hun voornemen den Secretaris-Generaal van den Volkenbond kennis kunnen geven. Deze zal onmiddellijk deze voorbehouden aan alle Hooge Verdragsluitende Partijen mededeelen, namens wie een akte van bekrachtiging of van toetreding zal zijn nedergelegd, en haar daarbij vragen, of zij bezwaren daartegen hebben in te brengen. Indien binnen een termijn van zes maanden na deze mededeeling geen der Hooge Verdragsluitende Partijen bezwaren gemaakt heeft, zal de deelneming aan het Verdrag van het land, dat het betreffende voorbehoud gemaakt heeft, beschouwd worden als door de andere Hooge Verdragsluitende Partijen onder dat voorbehoud te zijn aanvaard.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel